Abelia
Abelia's (Abelia) zijn bladverliezende tot halfwintergroene heesters uit Oost-Azië, vooral China, met sierlijk overhangende takken. Ze worden gewaardeerd om hun lange, geurende bloei van kleine witte tot roze trompetbloempjes en om de koperkleurige kelken die na de bloei blijven zitten, tegen blad dat in de herfst vaak paarsachtig kleurt.
Standplaats en bodem
Abelia's bloeien het rijkst in de volle zon, maar doen het ook goed in halfschaduw, bij voorkeur beschut tegen koude, uitdrogende wind. Ze verdragen bijna elke goed doorlatende tuingrond, ook arme of kalkrijke grond, en kunnen eenmaal ingeworteld tegen zomerse droogte, maar houden niet van zware, natte klei. De meeste zijn matig winterhard en komen een gewone Belgische winter door, liefst op een beschutte plek.
Snoei en onderhoud
Abelia's zijn gemakkelijke, probleemloze heesters die nauwelijks last hebben van ziekten of plagen. Zomerbloeiende soorten snoei je licht aan het einde van de winter, van februari tot april: verwijder dode, zwakke en kruisende takken en breng de plant zo nodig in vorm. Bedek jonge planten de eerste jaren voor de winter met een mulchlaag en geef water bij langdurige droogte.
Gebruik in de tuin
Abelia's passen goed in gemengde heesterborders, als solitair en in vrij uitgroeiende of geschoren bloeiende hagen; compacte vormen lenen zich voor lage hagen, de voorkant van borders en grote potten. Ze verdragen stadsvervuiling en zeewind, en hun bloemen trekken vlinders en andere bestuivers aan.