Els
Alnus
Elzen (Alnus) zijn bladverliezende bomen en grote struiken uit de berkenfamilie, vooral afkomstig uit vochtige bossen en beekoevers op het noordelijk halfrond. Ze groeien snel, vaak met een piramidale vorm, dragen in het vroege voorjaar hangende katjes en kleine houtige proppen die de hele winter aan de takken blijven. Hun wortels binden stikstof en verrijken zo de bodem.
Zwarte els
Alnus glutinosa
De zwarte of gewone els (Alnus glutinosa) is inheems in bijna heel Europa en groeit van nature langs het water. Hij wordt een forse, soms meerstammige boom die meer dan 20 m hoog kan worden. Het ronde blad met stompe top en de grijsviolette knoppen voelen jong kleverig aan. Geelbruine mannelijke katjes bloeien in maart en april, en de elzenproppen blijven tot diep in de winter hangen.
Standplaats en bodem
Gedijt in vochtige tot natte, arme en zelfs drassige grond, bij voorkeur licht zuur, in zon of lichte schaduw; tegen droogte kan hij maar matig. Uiterst winterhard en weinig gevoelig voor wind, ook zeewind. De sterke, vrij diepe wortels verdragen verharding slecht en kunnen leidingen verstoppen, dus plant hem op ruime afstand van gebouwen en buizen.
Snoei en onderhoud
Geef het eerste seizoen water; daarna is weinig zorg nodig. Snoei op het einde van de winter, in februari en maart. De boom verdraagt een stevige snoei en loopt vlot opnieuw uit vanaf de stronk, zodat hij afgezet kan worden. Let op permanent natte plaatsen op elzensterfte.
Gebruik in de tuin
Veel gebruikt om oevers van beken, grachten en vijvers te verstevigen, in natte bossen en landschappelijke beplanting, en als voedsterboom die de grond verbetert door stikstof te binden. Ook geschikt als solitaire boom, laanboom of in groep in grotere tuinen. Het hout rot nauwelijks onder water en werd vroeger gebruikt voor palen en waterleidingen.