Kornoelje
Cornus
Kornoeljes (Cornus) zijn bladverliezende of groenblijvende heesters, kleine bomen en enkele kruipende vaste planten uit het gematigde noordelijk halfrond. Sommige kweekt men voor hun felgekleurde wintertakken, andere voor de opvallende witte of roze schutbladen rond hun kleine bloempjes, en veel soorten voor hun vurige herfstkleur en bessen waar vogels dol op zijn.
Rode kornoelje
Cornus sanguinea
De rode kornoelje is een inheemse, bladverliezende struik met een dichte, opgaande groeiwijze. De jonge twijgen kleuren van geel en oranje tot rood en vallen vooral in de winter op, na de bladval. In mei en juni verschijnen kleine schermen crèmewitte bloemen, gevolgd door donkere bessen die door vogels gegeten worden; in de herfst kleurt het blad warm.
Standplaats en bodem
Het mooist in volle zon, waar de wintertwijgen het felst kleuren, maar verdraagt ook lichte schaduw. Niet kieskeurig wat de grond betreft en groeit goed op kalkrijke bodem. Snelgroeiend en zeer winterhard.
Snoei en onderhoud
Alleen de jonge scheuten dragen de felle winterkleur; snoei daarom één keer per jaar aan het einde van de winter, in februari of maart. Een stevige snoei tot ongeveer 30 cm houdt de struik compact; een derde tot de helft van de takken wegnemen geeft een vollere plant.
Gebruik in de tuin
Ideaal voor winterkleur in borders, gemengde hagen en vogelbosjes, en vóór hogere heesters. Waardevol voor bestuivers in het voorjaar en voor vogels in de herfst, en geschikt voor natuurlijke beplantingen en taluds.