Dopheide
Erica
Heide (Erica) is een zeer groot geslacht van groenblijvende dwergheesters; de meeste soorten komen uit zuidelijk Afrika, een kleinere groep uit Europa en het Middellandse Zeegebied. Het fijne, naaldvormige blad en de massa's kleine klok- of kruikvormige bloempjes zorgen voor langdurige kleur, en veel soorten bloeien in de winter of de zomer, wanneer weinig anders in bloei staat.
Erica carnea
Winterheide (Erica carnea) komt van nature voor in de kalkgebergten van de Alpen en Midden- en Zuid-Europa. Ze vormt een lage, kruipende, dicht vertakte mat van meestal maar 15 tot 30 cm hoog. Van midden in de winter tot in de lente staat ze vol kleine kruikvormige bloempjes in wit, roze of rood, met uitstekende donkere helmknoppen, een waardevolle vroege nectarbron.
Standplaats en bodem
Geef haar volle zon of lichte schaduw en een lichte, goed doorlatende grond. Anders dan de meeste heides is ze niet beperkt tot zure grond: ze groeit ook in neutrale of licht kalkrijke bodem. Eenmaal ingeworteld verdraagt ze wat droogte, maar zware klei en stilstaand water moet u vermijden.
Snoei en onderhoud
Zeer winterhard in België. Knip elk jaar in april of mei, na de bloei, de uitgebloeide scheuten terug tot net boven de groei van het vorige jaar, zodat de mat compact blijft en vers blad maakt. Snoei nooit in kaal oud hout, want dat loopt niet meer uit. Geef jonge planten de eerste twee jaar water bij droogte.
Gebruik in de tuin
Een klassieker voor winterkleur: plant ze in groepen als bodembedekker, in heide- en rotstuinen, op taluds of langs de rand van borders. Ze voelt zich even goed thuis in bloembakken, potten en winterschikkingen, en geeft bijen een van de eerste maaltijden van het jaar.