|
J
|
F
|
M
|
A
|
M
|
J
|
J
|
A
|
S
|
O
|
N
|
D
|
|
J
|
F
|
M
|
A
|
M
|
J
|
J
|
A
|
S
|
O
|
N
|
D
|
|
J
|
F
|
M
|
A
|
M
|
J
|
J
|
A
|
S
|
O
|
N
|
D
|
Over deze plant
Lampenpoetserstruik Fothergilla
Fothergilla is een klein geslacht van bladverliezende struiken uit de toverhazelaarfamilie, afkomstig uit vochtige bossen en venen in het zuidoosten van de Verenigde Staten. In de lente dragen ze geurige bloemen zonder kroonbladeren, opgebouwd uit witte meeldraden als kleine flessenborstels, vaak nog voor het blad verschijnt. In de herfst kleurt het blad schitterend geel, oranje en rood.
Lampenpoetsenstruik Fothergilla major
Fothergilla major is de grootste van de twee soorten, een traag groeiende struik met een opgaand, ovaal-ronde vorm die uiteindelijk zo'n 2 tot 2,5 m hoog wordt. In mei en juni draagt hij rechtopstaande pluimpjes witte, naar honing geurende bloemen, soms met een roze zweem. Het glanzend groene blad kleurt in de herfst vurig geel, oranje en rood.
Standplaats en bodem
Zon of halfschaduw, in zure tot neutrale, humusrijke grond die nooit uitdroogt maar ook niet drassig blijft. Hij verdraagt geen kalkrijke grond en droogte. Zeer winterhard: strenge winters doorstaat hij zonder bescherming.
Snoei en onderhoud
Enkel een lichte opknapbeurt in februari en maart, voor de nieuwe groei: verwijder dode, uitschietende of kruisende takken. Knip na de bloei eventueel de uitgebloeide bloemen weg. Houd de wortelzone koel met een mulch van bladaarde of dennenschors en geef water bij droogte, zeker de eerste jaren.
Gebruik in de tuin
Een struik met sierwaarde in elk seizoen, geschikt voor kleine en middelgrote tuinen, borders met zuurminnende planten, bosachtige beplantingen en grote terraspotten. Mooi als solitair waar de herfstkleur tot haar recht komt, en de bloemen zijn een welkome nectarbron voor bestuivers.
Plantkenmerken
Botanisch
| Familie | Hamamelidaceae |
| Geslacht | Fothergilla |
| Soort | major |
Bloei
| Bloeiperiode | april tot mei |
| Kleur (bloem) | wit |
Blad
| Groenblijvend | nee |
| Kleur (blad) | groen |
| Herfstkleur | groen, geel, oranje, rood |
Groeiwijze
| Hoogte | 150 cm |
Standplaats
| Winterhardheid | -30 °C |
| Bodemtype | zuur |
| Standplaats | zon, halfschaduw |
| Windbestendig | normaal |
| Bodemvochtigheid | normaal |
Gebruik
| Type (gebruik) | sierstruik, solitair, in groep |
Verzorging
| Snoei | februari tot maart |













