Sporkehout
Frangula
Vuilbomen (Frangula) zijn bladverliezende struiken en kleine bomen uit Europa, Azië en Noord-Amerika, die lang tot Rhamnus werden gerekend. Ze groeien in bosranden, op heidegrond en in vochtige struwelen. Hun kleine groenige bloempjes vallen nauwelijks op, maar zijn rijk aan nectar, en de bessen die volgen kleuren van groen over rood naar zwart.
Sporkehout
Frangula alnus
Vuilboom of sporkehout is een inheemse Europese struik of kleine boom van vochtige bossen, heide en moerassige grond, die zo'n 3 tot 5 m hoog wordt. Het gladde, glanzende ovale blad kleurt in de herfst geel. Van mei tot juli verschijnen kleine groenwitte bloempjes, gevolgd door bessen die van groen over rood naar zwart rijpen.
Standplaats en bodem
Groeit in zon of halfschaduw en verdraagt ook de schaduw onder bomen goed. Hij verkiest frisse tot vochtige, eerder zure grond, van zand tot lemige klei, maar redt zich ook op drogere grond en tijdens droge periodes. Uitzonderlijk winterhard en windbestendig.
Snoei en onderhoud
Vraagt geen bijzondere zorg. Snoeien is alleen nodig om grootte of vorm bij te sturen: knip licht terug in februari of maart, vóór de knoppen uitlopen. Geef jonge planten water tijdens de eerste droge zomers. De bessen werken sterk laxerend en moeten als giftig worden beschouwd.
Gebruik in de tuin
Een waardevolle struik voor gemengde inheemse hagen, bosranden, natte tuinen en vijveroevers. Door de lange bloeiperiode is hij een uitstekende bijenplant, vogels eten de bessen en hij is een belangrijke waardplant voor het citroentje. Smalle, opgaande selecties passen ook in kleinere tuinen.