Over deze plant
Indische sering Lagerstroemia
Indische seringen (Lagerstroemia) zijn bladverliezende heesters en kleine bomen uit Oost- en Zuid-Azië, met een dertigtal soorten. Ze worden gewaardeerd om hun pluimen met gekreukelde, crêpepapierachtige bloemen in de nazomer, hun herfstkleur en hun gladde, gevlekte schors die in dunne schilfers afbladdert.
Lagerstroemia indica
Ondanks zijn naam komt de Indische sering uit China; in de achttiende eeuw werd hij naar Europa gebracht. Hij groeit als meerstammige heester of kleine boom met leerachtige, ovale bladeren die in de herfst oranjerood tot brons kleuren. Van juli tot september draagt hij dichte pluimen in wit, roze, rood of mauve.
Standplaats en bodem
Kies de warmste, zonnigste en meest beschutte plek in de tuin. De grond is best rijk, fris en goed doorlatend, bij voorkeur neutraal en niet kalkrijk. Oudere planten overleven vorst tot ongeveer -15 °C, maar in België is hij slechts matig winterhard en heeft hij als jonge plant baat bij winterbescherming.
Snoei en onderhoud
Snoei in februari of maart de bloeitakken van vorig jaar flink terug tot enkele knoppen per scheut; zo ontstaan krachtige nieuwe scheuten die dezelfde zomer bloeien. Dun zwakke twijgen uit en spreid het inkorten van oude takken over enkele jaren. Geef de eerste twee zomers regelmatig water.
Gebruik in de tuin
Een langbloeiende solitair voor een zonnige border, binnenplaats of terras, het hele jaar door mooi dankzij bloemen, herfstblad en sierlijke schors. Dwerg- en compacte selecties groeien goed in grote potten. De vruchten mogen niet gegeten worden.
Plantkenmerken
Verzorging
| Snoei | februari, maart |