Lavendel
Lavandula
Lavendel (Lavandula) is een geslacht van aromatische halfstruiken uit de droge, zonnige en stenige streken tussen de Middellandse Zee, de Canarische Eilanden en India. Verwant aan salie, tijm en rozemarijn, en geliefd om het groenblijvende grijsgroene blad en de geurige bloeiaren die de hele zomer bijen en vlinders lokken.
Lavandula intermedia
Lavandin (Lavandula x intermedia) is een natuurlijke kruising van echte lavendel en spijklavendel, die ontstaat waar beide samen groeien in de bergen van Zuid-Frankrijk. Hij is groter en groeikrachtiger dan echte lavendel en vormt een breed kussen met lange stelen en slanke, sterk geurende aren die de hele zomer lang bloeien.
Standplaats en bodem
Lavandin wil volle zon en een droge, stenige, perfect doorlatende bodem; kalk verdraagt hij goed. Voorzie voldoende ruimte, want hij wordt breder dan echte lavendel. Het is de koudebestendigste lavendelgroep en blijft in België het hele jaar buiten, op voorwaarde dat de wortels in de winter niet nat staan.
Snoei en onderhoud
Snoei tussen augustus en oktober, na de bloei: knip de uitgebloeide bloemstelen met een schaar kort bij de basis af en kort daarna de bebladerde scheuten met ongeveer een derde in. Snoei nooit in kaal oud hout. Deze jaarlijkse snoei houdt het kussen dicht en voorkomt dat het in het midden openvalt.
Gebruik in de tuin
Lavandin is de lavendel voor grotere effecten: massaplantingen, lage losse haagjes, zonnige hellingen, grindtuinen en grote bakken. Hij is zeer aantrekkelijk voor bestuivers, en de langgesteelde bloemen zijn ideaal om te snijden en te drogen.