Liguster
Ligustrum
Ligusters (Ligustrum) zijn snelgroeiende heesters en kleine bomen uit Europa, Azië en Noord-Afrika, verwant aan sering en olijf. Naargelang de soort zijn ze groenblijvend, halfgroenblijvend of bladverliezend, met tegenoverstaande, gave, vaak glanzende bladeren. In de zomer dragen ze pluimen van kleine, naar honing geurende witte bloemen, gevolgd door zwarte bessen.
Ligustrum lucidum
De glansliguster (Ligustrum lucidum), vooral uit China, is de grootste soort van het geslacht: een grote groenblijvende struik of kleine boom met een kegelvormige kroon, in tuinen vaak rond 7 m hoog. Opvallend zijn de grote, zeer glanzende bladeren, en de geurende crèmewitte pluimen verschijnen laat, in september-oktober.
Standplaats en bodem
Zeer tolerant wat bodem betreft, in zon of halfschaduw, en eenmaal ingeworteld vrij droogteresistent. Hij is slechts matig winterhard: kies bij ons een beschutte, warme plek, want jonge planten kunnen bij strenge vorst schade oplopen. In warme klimaten zaait hij zich uit en kan hij invasief worden.
Snoei en onderhoud
Vraagt weinig snoei; zo nodig in november in vorm brengen, na de bloei. Door de onderste zijscheuten weg te nemen kun je hem als kleine boom op één stam opkweken. Geef jonge planten water bij droogte.
Gebruik in de tuin
Een groenblijvende solitair of kleine schaduwboom voor beschutte tuinen en binnenplaatsen, in milde streken ook voor hoge schermen en hagen. De late bloei is een waardevolle nectarbron voor insecten.