Over deze plant
Kamperfoelie Lonicera
Kamperfoelies (Lonicera) vormen een groot geslacht van zo'n 180 tot 200 soorten uit het hele noordelijk halfrond. Het omvat slingerende klimplanten met buisvormige, vaak sterk geurende bloemen, maar ook struikvormige heesters, bladverliezend of groenblijvend, die dienen als haag, bodembedekker, winterbloeier of bessenstruik.
Honingbes Lonicera kamtschatica
Deze honingbes, de oostelijke vorm van de blauwe kamperfoelie, is een bladverliezende fruitstruik van ongeveer 1,5 m. Hij bloeit al in maart, als een van de allereerste struiken, en de langwerpige, blauw berijpte bessen rijpen in mei en juni, nog vóór aardbeien en frambozen.
Standplaats en bodem
Zon of halfschaduw in een frisse tot vochtige grond; droge, sterk kalkhoudende grond verdraagt hij slecht. Uitzonderlijk winterhard: hij doorstaat de strengste Belgische winters, en ook de vroege bloemen kunnen tegen vorst.
Snoei en onderhoud
De eerste drie jaar niet snoeien. Daarna dunt u in februari oud, zwak of dood hout uit en kort u zo nodig na de oogst in juli de jonge scheuten in. Mulch en hou de grond vochtig, zeker tijdens de vruchtzetting.
Gebruik in de tuin
De vroegste bessenoogst van de moestuin, vers, gedroogd of als jam en sap. Plant meerdere verschillende planten samen voor een goede bestuiving; ook geschikt voor een lage fruithaag of een grote pot.
Plantkenmerken
Bloei
| Bloeiperiode | maart, april |
| Kleur (bloem) | wit |
Groeiwijze
| Hoogte | 150 cm |
Standplaats
| Winterhardheid | -35 °C |
| Standplaats | zon, halfschaduw |
Gebruik
| Type (gebruik) | sierstruik, in groep |
| Vruchten/bessen | eetbaar |
Verzorging
| Snoei | februari, juli |







