|
J
|
F
|
M
|
A
|
M
|
J
|
J
|
A
|
S
|
O
|
N
|
D
|
|
J
|
F
|
M
|
A
|
M
|
J
|
J
|
A
|
S
|
O
|
N
|
D
|
|
J
|
F
|
M
|
A
|
M
|
J
|
J
|
A
|
S
|
O
|
N
|
D
|
Over deze plant
Beverboom Magnolia
Magnolia's (Magnolia) zijn bladverliezende of groenblijvende bomen en heesters uit Azië en Amerika, en behoren tot een zeer oude groep bloeiende planten. Ze zijn geliefd om hun grote, vaak geurende bloemen in de vorm van een tulp, kelk of ster, in wit, roze, purper of geel. Bladverliezende soorten bloeien meestal in het voorjaar op het kale hout, groenblijvende soorten in de zomer.
Magnolia loebneri
Magnolia × loebneri is een bladverliezende hybride tussen Magnolia kobus en de stermagnolia, begin twintigste eeuw in Duitsland gekweekt. Ze groeit uit tot een grote struik of kleine, vaak meerstammige boom met een ronde kroon en is in maart en april, voor het blad verschijnt, bedekt met geurende, stervormige bloemen in wit, roze of lila.
Standplaats en bodem
Ze wil een deel van de dag directe zon: kies een zonnige of halfbeschaduwde plek in plaats van diepe schaduw, liefst afgeschermd van koude wind. Het best is een rijke, diepe grond die vocht vasthoudt maar toch draineert, neutraal tot licht zuur; een spoor kalk schaadt haar minder dan de meeste magnolia's. Ze is winterhard, en zowel knoppen als bloemen kunnen vrij goed tegen late vorst.
Snoei en onderhoud
Snoeien is een lichte klus voor maart-april: haal dood of ziek hout weg en takken die midden in de kroon tegen elkaar schuren, en bouw de vorm van jonge planten stap voor stap op. Regelmatig water geven helpt haar aanslaan; eenmaal geworteld redt ze het meestal met regenwater alleen. De eerste bloemen verschijnen al enkele jaren na het planten.
Gebruik in de tuin
Een prachtige solitair in het gazon of in het midden van een border, en een goede keuze voor kleine tuinen. Ze past ook in een brede, vrij groeiende haag, achteraan in een heesterborder of langs een bosrand.
Plantkenmerken
Botanisch
| Familie | Magnoliaceae |
| Geslacht | Magnolia |
| Soort | loebneri |
| Cultivar | 'Merrill' |
Bloei
| Bloeiperiode | maart tot april |
| Kleur (bloem) | wit |
Blad
| Groenblijvend | nee |
| Kleur (blad) | groen |
Groeiwijze
| Hoogte | 200 cm, 300 cm |
Standplaats
| Winterhardheid | -20 °C |
| Bodemtype | zuur |
| Standplaats | zon, halfschaduw |
| Bodemvochtigheid | vochtig, normaal |
Gebruik
| Type (gebruik) | sierstruik, solitair, in groep |
Verzorging
| Snoei | maart tot april |




