|
J
|
F
|
M
|
A
|
M
|
J
|
J
|
A
|
S
|
O
|
N
|
D
|
|
J
|
F
|
M
|
A
|
M
|
J
|
J
|
A
|
S
|
O
|
N
|
D
|
Over deze plant
Osagedoorn Maclura
Maclura hoort bij de moerbeifamilie, waartoe ook de vijg behoort. Het zijn gedoornde houtige gewassen met melksap, die mannelijke en vrouwelijke bloemen op afzonderlijke planten dragen en samengestelde vruchten vormen, opgebouwd uit vele kleine, vergroeide vruchtjes. In onze tuinen kent men het geslacht van de osagedoorn (Maclura pomifera), een boom uit het zuiden van de centrale Verenigde Staten.
Maclura pomifera
De osagedoorn groeit in het wild in het stroomgebied van de Red River in Texas, Oklahoma en Arkansas en wordt bij ons ongeveer 12 m hoog, met een brede, wat grillige kroon. De gegroefde oranjegrijze schors, de zigzaggende gedoornde twijgen en het glanzende, spits toelopende blad dat in de herfst goudgeel kleurt, geven hem veel karakter. Vrouwelijke bomen met een mannelijke in de buurt dragen knobbelige, naar citroen geurende vruchten zo groot als een grapefruit, die niet eetbaar zijn.
Standplaats en bodem
Plant in de volle zon, in een diepe, goed doorlatende grond; klei, leem en kalkrijke grond zijn allemaal geschikt. Eenmaal geworteld verdraagt de boom zomerdroogte uitstekend. Volwassen bomen doorstaan een normale winter bij ons goed, maar jonge bomen kunnen lijden onder strenge vorst, en de vruchten hebben zomerwarmte nodig om te rijpen; een warme, beschutte en zonnige plek is dus ideaal.
Snoei en onderhoud
Zeer onderhoudsarm en zelden geplaagd door ziekten of plagen; dek jonge planten de eerste koude winters af met wintervlies. Snoei enkel indien nodig, in de winter van november tot januari; de boom verdraagt scheren goed, zodat hagen gemakkelijk in vorm te houden zijn. Bij vrouwelijke bomen kleuren de vruchten geel en vallen ze in november af, dus reken op wat opruimwerk.
Gebruik in de tuin
Een opvallende solitaire boom of laanboom en een klassieker voor ondoordringbare doornhagen, vrij uitgroeiend of geschoren, samen met meidoorn of vuurdoorn. Hij redt zich op droge, schrale grond die voor veel andere bomen te zwaar is. Het harde, rotbestendige hout werd vroeger door de Osage-indianen gebruikt om bogen te maken.
Plantkenmerken
Botanisch
| Familie | Moraceae |
| Geslacht | Maclura |
| Soort | pomifera |
Blad
| Groenblijvend | nee |
| Kleur (blad) | groen |
Groeiwijze
| Hoogte | 150 cm, 200 cm |
Standplaats
| Winterhardheid | -20 °C |
| Bodemtype | neutraal |
| Standplaats | zon, halfschaduw |
| Bodemvochtigheid | normaal |
Gebruik
| Type (gebruik) | sierstruik, solitair, in groep |
| Vruchten/bessen | decoratief, giftig |
Verzorging
| Snoei | november tot januari |


