|
J
|
F
|
M
|
A
|
M
|
J
|
J
|
A
|
S
|
O
|
N
|
D
|
|
J
|
F
|
M
|
A
|
M
|
J
|
J
|
A
|
S
|
O
|
N
|
D
|
|
J
|
F
|
M
|
A
|
M
|
J
|
J
|
A
|
S
|
O
|
N
|
D
|
Over deze plant
Beverboom Magnolia
Magnolia's (Magnolia) zijn bladverliezende of groenblijvende bomen en heesters uit Azië en Amerika, en behoren tot een zeer oude groep bloeiende planten. Ze zijn geliefd om hun grote, vaak geurende bloemen in de vorm van een tulp, kelk of ster, in wit, roze, purper of geel. Bladverliezende soorten bloeien meestal in het voorjaar op het kale hout, groenblijvende soorten in de zomer.
Stermagnolia Magnolia stellata
De stermagnolia (Magnolia stellata) komt uit Japan en is een traag groeiende, dicht vertakte struik die met de jaren breder wordt. In maart en april, voor het blad verschijnt, zitten de kale takken vol zuiver witte, stervormige bloemen met veel smalle bloembladen en een lichte, zoete geur. Ze bloeit al op jonge leeftijd.
Standplaats en bodem
Een zonnige of licht beschaduwde plek uit de overheersende wind past haar het best. De grond moet vruchtbaar zijn, neutraal tot zuur, en goed draineren zonder uit te drogen; krijt is uit den boze. Vorst deert de plant zelf niet, maar een late koudeprik kan open bloemen bruin kleuren. Waar de grond snel uitdroogt, bedek je hem 's zomers met dennenschors.
Snoei en onderhoud
Snoeien is niet nodig: de struik behoudt van nature een mooie, ronde vorm. Houd de grond in de zomer gelijkmatig vochtig en plant geen andere heesters binnen zowat 1,5 m, want de wortels verdragen geen concurrentie. Plant op kalkrijke grond in een groot plantgat gevuld met rododendronaarde, of kweek haar in een pot.
Gebruik in de tuin
Door haar compacte maat en trage groei past ze in kleine tuinen, witte tuinen en grote potten op het terras. Plant haar als solitair of samen met rododendrons, camelia's en pieris, of wissel haar af met andere magnolia's in een vrij groeiende bloeiende haag.
Plantkenmerken
Botanisch
| Familie | Magnoliaceae |
| Geslacht | Magnolia |
| Soort | stellata |
| Cultivar | 'Rosea' |
Bloei
| Bloeiperiode | maart tot april |
| Kleur (bloem) | roze |
Blad
| Groenblijvend | nee |
| Kleur (blad) | groen |
Groeiwijze
| Hoogte | 100 cm, 150 cm |
Standplaats
| Winterhardheid | -25 °C |
| Bodemtype | zuur |
| Standplaats | zon, halfschaduw |
| Bodemvochtigheid | vochtig, normaal |
Gebruik
| Type (gebruik) | sierstruik, solitair, in groep |
Verzorging
| Snoei | juli tot augustus |





