|
J
|
F
|
M
|
A
|
M
|
J
|
J
|
A
|
S
|
O
|
N
|
D
|
|
J
|
F
|
M
|
A
|
M
|
J
|
J
|
A
|
S
|
O
|
N
|
D
|
|
J
|
F
|
M
|
A
|
M
|
J
|
J
|
A
|
S
|
O
|
N
|
D
|
Over deze plant
Beverboom Magnolia
Magnolia's (Magnolia) zijn bladverliezende of groenblijvende bomen en heesters uit Azië en Amerika, en behoren tot een zeer oude groep bloeiende planten. Ze zijn geliefd om hun grote, vaak geurende bloemen in de vorm van een tulp, kelk of ster, in wit, roze, purper of geel. Bladverliezende soorten bloeien meestal in het voorjaar op het kale hout, groenblijvende soorten in de zomer.
Westerse magnolia Magnolia tripetala
De Westerse magnolia (Magnolia tripetala) is een kleine, bladverliezende boom uit de bergbossen van het oosten van Noord-Amerika, vooral geteeld om zijn blad. De zeer grote, heldergroene bladeren staan in parapluvormige kransen aan de uiteinden van de scheuten en kleuren koperachtig in de herfst. In mei en juni openen roomwitte bloemen met een eerder onaangename geur.
Standplaats en bodem
Groeit in zon of halfschaduw, maar niet in diepe schaduw, op een plek beschut tegen harde wind die het grote blad zou scheuren. Hij vraagt een vochtige, rijke, diepe, goed doorlatende grond, bij voorkeur zuur. Hij is zeer winterhard.
Snoei en onderhoud
Snoeien is niet nodig; dun zo nodig enkele kruisende takken uit om het hart van de kroon luchtig te maken. Plant op kalkrijke grond in een groot plantgat verrijkt met rododendronaarde en geef af en toe ijzer en organisch materiaal. Geef water bij droogte.
Gebruik in de tuin
Een opvallende solitair die de tuin een exotische, tropische uitstraling geeft. Plant hem alleenstaand in het gazon of achteraan in een border, waar hij ruimte heeft om uit te groeien. De dichte zomerkroon geeft schaduw: onderplant met schaduwminnende, kalkmijdende vaste planten.
Plantkenmerken
Botanisch
| Familie | Magnoliaceae |
| Geslacht | Magnolia |
| Soort | tripetala |
Bloei
| Bloeiperiode | juni tot augustus |
| Kleur (bloem) | wit |
| Bloemen | geurend |
Blad
| Groenblijvend | nee |
| Kleur (blad) | zilver |
Groeiwijze
| Hoogte | 300 cm, 500 cm |
Standplaats
| Winterhardheid | -20 °C, -25 °C |
| Bodemtype | zuur, neutraal |
| Standplaats | zon |
| Bodemvochtigheid | vochtig |
Gebruik
| Type (gebruik) | solitair |
Verzorging
| Snoei | juli tot augustus |