|
J
|
F
|
M
|
A
|
M
|
J
|
J
|
A
|
S
|
O
|
N
|
D
|
|
J
|
F
|
M
|
A
|
M
|
J
|
J
|
A
|
S
|
O
|
N
|
D
|
|
J
|
F
|
M
|
A
|
M
|
J
|
J
|
A
|
S
|
O
|
N
|
D
|
Over deze plant
Moerbei Morus
Moerbeien (Morus) zijn bladverliezende bomen en struiken uit de gematigde en subtropische streken van het noordelijk halfrond, verwant aan de vijg en net als die met een melkachtig sap. Ze worden al eeuwen gekweekt om hun sappige, zoete vruchten en als voedsel voor zijderupsen, en vandaag zijn ze geliefd als schilderachtige, langlevende schaduwbomen waarvan het blad in de herfst goudgeel kleurt.
Witte moerbei Morus alba
De witte moerbei komt uit China, waar zijn bladeren al duizenden jaren als voedsel voor zijderupsen dienen. Hij groeit in zijn jeugd snel uit tot een brede boom van ongeveer 8 tot 10 m met een korte stam en een uitgespreide kroon. Het glanzende, lichtgroene blad varieert van hartvormig tot diep gelobd, en de zoete maar vrij flauwe vruchten rijpen in juni en juli van wit over roze tot paars.
Standplaats en bodem
Plant in de volle zon of lichte schaduw, in diepe, vruchtbare, goed doorlatende grond; een neutrale bodem past het best, maar hij redt zich ook op armere grond. Eenmaal ingeworteld verdraagt hij hitte, droogte en stadsvervuiling, al houdt hij niet van zilte zeewind. Oudere bomen zijn zeer winterhard; jonge bomen zijn wat vorstgevoelig en waarderen een warme, beschutte standplaats.
Snoei en onderhoud
Beschadig bij het planten de breekbare, vlezige wortels niet en geef goed water tot de boom aangeslagen is. Snoei één keer per jaar in november, wanneer de boom in rust is, om een compacte, mooi gevormde kroon te behouden en bloeden te vermijden; hij verdraagt snoei goed. De ziekteweerstand is goed, al kunnen roest of meeldauw af en toe opduiken.
Gebruik in de tuin
Een klassieke laan- en schaduwboom die ook mooi staat als solitair in het gazon of bij een terras, waar hij in de zomer welkome schaduw geeft. Hij past in een fruithaag met sleedoorn, mispel en kornoelje, helpt hellingen tegen erosie te beschermen en voedt veel vogels. De vruchten worden vers of gedroogd gegeten, en vruchtloze vormen zijn een goede keuze waar afgevallen vruchten hinderlijk zouden zijn.
Plantkenmerken
Botanisch
| Familie | Moraceae |
| Geslacht | Morus |
| Soort | alba |
| Cultivar | 'Fruitless' |
Bloei
| Bloeiperiode | mei |
| Kleur (bloem) | geel |
Blad
| Groenblijvend | nee |
| Kleur (blad) | groen |
Groeiwijze
| Hoogte | 300 cm |
Standplaats
| Winterhardheid | -25 °C |
| Bodemtype | kalkrijk, neutraal |
| Standplaats | zon, halfschaduw |
| Bodemvochtigheid | vochtig, normaal |
Gebruik
| Type (gebruik) | sierstruik, boom/stam, solitair, in groep |
Verzorging
| Snoei | november |