|
J
|
F
|
M
|
A
|
M
|
J
|
J
|
A
|
S
|
O
|
N
|
D
|
Over deze plant
Ostrya
Hopbeuken (Ostrya) zijn bladverliezende bomen uit de berkenfamilie, met soorten in Europa, Azië en Noord-Amerika. Hun getande bladeren lijken op die van de haagbeuk, maar ze zijn makkelijk te herkennen aan de hangende, lichtgekleurde vruchttrossen die op hopbellen lijken. Ze worden gewaardeerd als sterke, weinig veeleisende bomen die zich aan veel grondsoorten aanpassen.
Ostrya carpinifolia
De Europese hopbeuk (Ostrya carpinifolia) komt van nature voor in Zuid-Europa en Klein-Azië, waar hij op stenige hellingen groeit. Hij wordt een boom tot ongeveer 15 m hoog, in de jeugd kegelvormig en later breed en rond, met grijsbruine schors die in kleine plaatjes afschilfert. In april en mei verschijnen geelgroene katjes, gevolgd door lichte, op hopbellen gelijkende vruchttrossen, en het dubbelgezaagde blad kleurt in de herfst geel.
Standplaats en bodem
Groeit in de zon of halfschaduw op bijna elke goed doorlatende grond, ook arme, stenige, kalkrijke en droge; op vruchtbare, frisse grond groeit hij sneller en wordt hij groter. Zeer winterhard en windbestendig, verdraagt hij ook verharding rondom en doet hij het best op een warme, beschutte plek.
Snoei en onderhoud
Een gemakkelijke, onderhoudsarme boom met een zeer goede ziekteweerstand, die geen snoei nodig heeft. Plant hem tijdens de rustperiode, van de herfst tot het vroege voorjaar, en geef jonge bomen het eerste jaar water bij droogte; daarna redt hij zich zelf.
Gebruik in de tuin
Een fraaie solitaire boom of schaduwboom voor grotere tuinen en parken, en geschikt voor lanen en brede straten. Doordat hij droge, kalkrijke grond verdraagt, is hij waardevol voor moeilijke standplaatsen, vrij uitgroeiende hagen en bosjes, en in een veranderend klimaat.
Plantkenmerken
Botanisch
| Familie | Betulaceae |
| Geslacht | Ostrya |
| Soort | carpinifolia |