Lavendel
Lavandula
Lavendel (Lavandula) is een geslacht van aromatische halfstruiken uit de droge, zonnige en stenige streken tussen de Middellandse Zee, de Canarische Eilanden en India. Verwant aan salie, tijm en rozemarijn, en geliefd om het groenblijvende grijsgroene blad en de geurige bloeiaren die de hele zomer bijen en vlinders lokken.
Lavandula angustifolia
Echte lavendel (Lavandula angustifolia) is de lavendel van de Zuid-Europese bergen. Hij vormt een compact, rond kussen van smalle zilvergroene blaadjes, meestal 30 tot 60 cm hoog, met korte, dichte aren van sterk geurende bloemen in juli en augustus. Het is de meest winterharde en compacte van de gangbare lavendels.
Standplaats en bodem
Geef echte lavendel volle zon en een gewone tot droge, stenige bodem met uitstekende drainage; kalk verdraagt hij. Vermijd zware, natte grond, die meer uitval geeft dan koude. Hij is winterhard, kan in heel België buiten overwinteren en verdraagt eenmaal ingeworteld zomerse droogte zeer goed.
Snoei en onderhoud
Snoei terug in augustus of september, net na de bloei: verwijder de uitgebloeide aren en kort de bebladerde groene scheuten met ongeveer een derde in, in een bolle vorm. Knip niet in oude, kale stengels. Een vaste jaarlijkse snoei houdt de plant dicht en langlevend; oude, kale planten vervang je best.
Gebruik in de tuin
Echte lavendel is ideaal voor lage randen langs paden en borders, rotstuinen, kruidentuinen en potten. Het zilvergrijze blad geeft structuur in de winter, en de bloemen zijn geliefd bij bijen en om te drogen.