Kamperfoelie
Lonicera
Kamperfoelies (Lonicera) vormen een groot geslacht van zo'n 180 tot 200 soorten uit het hele noordelijk halfrond. Het omvat slingerende klimplanten met buisvormige, vaak sterk geurende bloemen, maar ook struikvormige heesters, bladverliezend of groenblijvend, die dienen als haag, bodembedekker, winterbloeier of bessenstruik.
Kampenfoelie
Lonicera periclymenum
De wilde kamperfoelie (Lonicera periclymenum) is de inheemse boskamperfoelie van West-Europa, een bladverliezende slingerplant van ongeveer 5 tot 7 m. Van de vroege zomer tot de vroege herfst draagt hij kransen roomgele bloemen, vaak rood of paars aangelopen, die 's avonds sterk geuren, gevolgd door felrode bessen.
Standplaats en bodem
Halfschaduw past het best, zoals aan een bosrand, in een koele, humusrijke, vochtige maar goed doorlatende grond, neutraal tot licht zuur. Volledig winterhard in België; in volle zon de voet beschaduwen en op bladluis letten.
Snoei en onderhoud
Geef een lichte opknapbeurt na de bloei in oktober, of breng de plant op het einde van de winter, in februari of maart, opnieuw in evenwicht; een kale oude plant mag dan stevig terug. Geef regelmatig water en mulch om de grond koel te houden.
Gebruik in de tuin
Ideaal voor natuurvriendelijke tuinen, slingerend door hagen en bomen of over hekken, latwerk en pergola's; ook in een grote bak op het terras. Schuilplaats en voedsel voor vogels en insecten; de bessen zijn licht giftig voor de mens.